Alles wat je moet weten voor het WK ponymennen

Alles wat je moet weten voor het WK ponymennen

De samengestelde mensport - zoals tijdens het WK ponymennen in 2015 en het WK vierspannen in 2016 - bestaat uit drie onderdelen: dressuur, marathon en vaardigheid. Degene die in alle onderdelen gemiddeld het beste is - dus de minste strafpunten verzamelt, wint de wedstrijd en wordt straks wereldkampioen! Marie de Ronde maakte deze handige uitleg over de onderdelen, de puntentelling en de teamsamenstelling.

DRESSUUR
Bij de dressuurproef gaat men uit hetzelfde principe als een dressuurproef onder het zadel, een aantal verplichte oefeningen worden verreden zoals halthouden, achterwaarts, stap, draf, uitgestrekte draf, figuren zoals een volte met één hand.  Een jury van vijf personen beoordeelt de aanspanning en de menner op juistheid van de gangen, correct rijden van de figuren, samenspel van de paarden, vaardigheid van de menner enz. enz. De dressuur wordt met een speciaal rijtuig gereden, een mooie koets met de menner in pak met hoge hoed en de grooms achterop als niet-bewegende beelden achterop.

MARATHON
De marathon is het meest spectaculaire onderdeel van de samengestelde mensport. Hier wordt niet alleen het uithoudingsvermogen van de paarden getest (een marathon bestaat uit totaal zo'n 16 kilometer), maar vooral de stuurmanskunsten van de menner en de gehoorzaamheid én snelheid van de paarden. Het rijtuig is verruild voor een sterke marathonwagen die tegen een stootje kan.
Allereerst moeten een traject (draf) worden verreden als een soort warming up alvorens de acht hindernissen te rijden. De hindernissen (waterpartijen, heuvels, bomen, bruggen enz. bestaan uit een aantal poorten die in de goede volgorde, maar vooral zo snel mogelijk gereden moeten worden. Kantelen van marathonwagens, grooms die van de wagen afvallen, het hoort er allemaal bij, maar de winnaar heeft nooit dit soort problemen. De winnaar is degene die de trajecten foutloos rijdt en de snelste is in alle hindernissen.

VAARDIGHEID
De vaardigheid wordt met hetzelfde rijtuig gereden als in de dressuur. Er is een parcours uitgezet met oranje kegels (vergelijkbaar met pionnen die je soms bij wegwerkzaamheden ziet) met op die kegels een balletje. Tussen die kegels is er maar ruimte voor het rijtuig (spoorbreedte) 15 tot 30 cm. Dat wil dus zeggen dat er nauwelijks ruimte is aan elke kant van een wiel hebt, en daar tussendoor moet een menner zijn aanspanning foutloos manoeuvreren binnen een bepaalde tijd. Dit onderdeel wordt in principe als laatste verreden op een wedstrijd is daarom ook vaak het spannendste, want elk balletje dat eraf valt, kost drie strafpunten en als je je bedenkt dat het onderlinge verschil in een marathon vaak luttele seconden bedraagt (en dus ook luttele strafpunten), dan kan zo'n balletje 'hard aankomen'.

PUNTENTELLING - wie is de winnaar?
De behaalde punten in de dressuur wordt omgezet in strafpunten door het behaalde punten af te trekken van het maximaal haalbare (160 punten, omdat er 16 onderdelen zijn waarvoor maximaal 10 punten per keer voor kunnen worden behaald). Heb je dus bijvoorbeeld 128 punten behaald (een acht gemiddeld), dan heb je na de dressuur een score van 32 strafpunten.
In de marathon krijg je voor elke seconde dat je in een hindernis bent 0,25 strafpunten, dus rijd je een hindernis in 40 seconden, dan is dit omgerekend 10 strafpunten, een groom van de wagen af 5 strafpunten, enz. enz.
Tenslotte de vaardigheid: een balletje eraf rijden betekent drie strafpunten en rijd je te langzaam dan krijg je voor elke seconde die je boven de toegestane tijd uitkomt 0,5 strafpunt.
Het lijkt meer gereken én ingewikkelder dan het is, maar het komt er gewoon op neer, dat degene die de minste strafpunten heeft verzameld, de winnaar is van de wedstrijd.

LANDENTEAM
Naast het individuele klassement, wordt ook een landenklassement opgemaakt. Hier in Breda bij het WK ponymennen bestaat een team uit minimaal vijf en maximaal acht deelnemers:

  • twee of drie enkelspanrijders (waarvan de beste twee resultaten van de rijders per wedstrijdonderdeel tellen)
  • twee of drie tweespanrijders (waarvan de beste twee resultaten van de rijders per wedstrijdonderdeel tellen)
  • één of twee vierspanrijders (waarvan de beste één van de rijders per wedstrijdonderdeel telt)

Bij de vierspannen paarden bestaat een landenteam uit twee of drie vierspanrijders, waarbij bij ieder wedstrijdonderdeel de beste twee resultaten tellen.


Aanmelden voor onze nieuwsbrief